Jeroen Meus in bermuda tijdens Dagelijkse Zomerkost

07.08.2017
Door Céline R

Elk seizoen heeft zijn charmes, toch? Ook op culinair vlak. In de winter kun je je uitleven met ‘comfort food’ in gezellig dampende stoofpotten, in de herfst ben je creatief met pompoen en zoete aardappel, de lente vraagt om optimistische slaatjes, en in de zomer … dan is het tijd voor Dagelijkse Zomerkost met nieuwe aardappelen, komkommers en tomaten. Sinds 26 juni is Jeroen Meus namelijk niet meer te vinden in zijn vertrouwde keuken in de Leuvense Schrijnmakersstraat, maar op typisch Vlaamse vakantieplekken, zoals de Vlaamse Ardennen.

Koken op een Ardense camping

De eerste stop van Meus’ mobiele keuken is een camping in het hart van de Vlaamse Ardennen. Pure nostalgie voor Vlaanderens populairste chef, want de familie Meus ging vroeger elke zomer trouw kamperen. Met zijn eigen gezin trekt Meus er trouwens al even graag op uit, en dan kookt hij steevast met streekproducten, gekocht op lokale marktjes en bij plaatselijke handelaren. “Verandering van spijs doet eten”, vindt Meus.

Van vissershuis tot Zilvermeer

De tweede stop tijdens Jeroens zomerse trektocht? Sint-Idesbald, waar Meus zijn kookpotten opstelt in een vissershuisje. Benieuwd wat onze chef uitsteekt met de streekproducten van dit een dorpje in Koksijde! Tot slot verkast Meus naar Mol, meer bepaald naar recreatiedomein Zilvermeer – voor Kempense kinderen niet alleen dé bestemming voor daguitstapjes met de klas, maar ook voor zwem- en wandelpret met de familie. Zand tussen de tenen: check! Hopelijk houdt Meus de deksels op zijn potten …

Meus op de vingers kijken

Je merkt het al: de locaties van Dagelijkse Zomerkost zijn net iets toegankelijker dan Meus’ vertrouwde keuken. De tv-kok zwaait in Leuven op tijd en stond naar enthousiaste voorbijgangers en hij waagt zich ook regelmatig buiten om handtekeningen uit te delen en selfies op te vrolijken. Maar toch ligt de drempel in Dagelijkse Zomerkost nog een pak lager: mensen wandelen gewoon binnen in zijn (letterlijk) open keuken, steken een handje toe en vertellen hun reisverhalen. Heerlijk vindt Meus dat: “Ik zou altijd de deuren moeten openzetten!”